donderdag 9 januari 2014

Katheters voor de insulinepomp

Er zijn heel wat verschillende katheters (canules) voor de insulinepomp beschikbaar. Even de eigenschappen op een rijtje:

Metalen katheters:
- Verstoppen minder snel
- Meestal 'voelbaar' aanwezig bij sommige bewegingen zoals bukken
- Worden manueel ingebracht
- Minder ontstekingsgevoelig
- Iets kleiner dan de teflon katheters

Teflon katheters:
- Gevoeliger aan verstoppingen
- Amper of helemaal niet voelbaar aanwezig
- Manueel of met inbrenghulp ('schieter') in te brengen
- Rechte of schuine katheters


Enkel de rechte teflon katheters kunnen met behulp van de 'schieter' ingebracht worden. Deze methode van inbrengen is voor mij de minst pijnlijke. Bij de metalen katheters heb je ook nog de keuze tussen een afkoppelbare en een niet-afkoppelbare variant. De teflon katheters kan je altijd afkoppelen. Ook de lengte van de katheter kan verschillen, deze keuze is meestal afhankelijk van de dikte van je vetlaag. Mensen met weinig lichaamsvet kiezen ook best voor een schuine katheter.

Er is ook keuze in de lengte van 'lijn' (of leiding). Meestal gebruikt men een lengte van 60 cm, al verkies ik een lengte van 80 cm. De 80 cm lijn geeft me iets meer comfort bij het aankleden omdat ik de pomp dan ergens nabij op een kast kan leggen. Ook bij het toiletbezoek kan de pomp dan gewoon in mijn broekzak blijven zitten, een 60 cm lijn is hiervoor net te kort. De katheter kan 2 tot 3 dagen blijven zitten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen